Het lijkt zo makkelijk: ’s avonds ga je slapen en ’s ochtends word je, meestal uitgerust, weer wakker. Maar hoe komt het dat we ’s nachts kunnen slapen en overdag wakker zijn? Twee factoren in de hersenen spelen hierbij een belangrijke rol, namelijk de slaapdruk en de biologische klok.

Slaapdruk

De slaapdruk is de behoefte die de hersenen hebben aan (diepe) slaap en is vooral van invloed op de intensiteit van de slaap. Deze behoefte wordt steeds groter naarmate je langer wakker bent, als een zandloper waarvan de onderkant geleidelijk volloopt. Onderzoekers denken dat de stof adenosine zorgt voor een toenemende slaapdruk. Diepe slaap zorgt ervoor dat de slaapdruk weer afneemt.

Biologische klok

De biologische klok reguleert je persoonlijke 24-uurs slaap-waakritme. De biologische klok bestaat uit cellen die zich bevinden in de zogenoemde suprachiasmatische kern, een onderdeel van de hypothalamus in de hersenen. Helder (dag)licht stelt dit slaap-waakritme bij: speciale zenuwcellen in het oog sturen informatie over lichtsterkte door naar de cellen van de biologische klok, waardoor deze in de pas blijft lopen met het 24-uurs dag-nachtritme van de aarde.

Betrokken hersengebieden bij slaapregulatie

De pijnappelklier in de hersenen reguleert onder invloed van dit 24-uurs dag-nachtritme de aanmaak van het ‘slaaphormoon’ melatonine. Melatonine heeft invloed op de slaapdruk en dus op het tijdstip waarop je gaat slapen. Wanneer het buiten donker wordt, start de aanmaak van melatonine: helder licht remt de productie. Ook blauw licht, afkomstig van beeldschermen, onderdrukt de aanmaak van melatonine. De nachtelijke melatonine helpt de biologische klok goed te functioneren.

De biologische klok regelt ook de aanmaak van andere hormonen, zoals cortisol in de bijnieren, dat zorgt voor alertheid en activiteit. Verder zorgt de klok ervoor dat de lichaams(kern)temperatuur in de vroege ochtend stijgt en ’s avonds weer daalt. Volgens sommige onderzoekers is deze daling een signaal voor de hersenen om te gaan slapen.

Zo slaap je optimaal

Behalve een goede samenwerking tussen de slaapdruk en de biologische klok, zijn er ook nog ‘slaapvoorwaarden’ om optimaal te kunnen slapen. Vrij zijn van honger, dorst, angst en pijn zijn voorbeelden van slaapvoorwaarden. Ook is een comfortabele, vertrouwde, veilige, rustige en donkere slaapplaats belangrijk voor een onverstoorde nachtrust.